
Uit de KCWZ-jubileumreeks 'Vijf jaar innovatie in wonen en zorg'. Over het centraal stellen van de behoeften van de klant.
Download essay Gerdi A. Verbeet uit jubileumboek KCWZ (pdf, 117,4 kB)
Gerdi A. Verbeet, Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
In Fliegende Blätter, een humoristisch Duits tijdschrift, stond begin vorige eeuw de uitspraak 'oud zijn is lichter te dragen dan oud worden'. Ironisch genoeg kende ik het in de omgekeerde volgorde 'oud worden is lichter te dragen dan oud zijn'. Ik vind deze uitspraak veel zeggen over de discussie over huisvesting voor ouderen. De discussie zou namelijk moeten beginnen bij de vragen 'wat is oud worden' en 'wat is het om oud te zijn'.
De klant centraal dus. Maar worden deze mooie woorden, die rijkelijk vloeien in beleids- en bestuursjargon, daadwerkelijk omgezet in daden? Een boek over vijf jaar wonen en zorg, met onder meer essays over 'de klant', vraagt ook om bezinning op de vraag wie de klant nu precies is en of we de klant beschouwen als consument of meer als burger. Bekijk het zo nu en dan eens van de andere klant. Ik doe een poging.
Het ouderenbeleid gaat nogal eens uit van 'het probleem van het almaar ouder worden'. Ouder worden lijkt steeds meer iets om bang voor te zijn. Reclames doen ons geloven dat ouder worden moet worden onderdrukt, media berichten met angst over de vergrijzing en politici en beleidsmakers roepen vaak dat we ons moeten 'wapenen' tegen een toenemend aantal ouderen met toenemende zorgzwaarte.
Moeten we nu de negatieve kanten van het ouder worden wegstoppen of moeten we beter kijken naar wat nodig is om op een waardige manier oud te zijn? Als je je hele leven keihard hebt gewerkt, is het onterecht dat je plotseling een probleem wordt genoemd. Ook de overheid doet daaraan mee. Ik vind dat we het debat een positieve wending moeten geven. Natuurlijk is oud zijn niet altijd plezierig. Natuurlijk stelt de vergrijzing de samenleving voor uitdagingen, maar met vereende krachten kan er een hoop gebeuren en moet er ook een hoop gebeuren.
De Britse kunstenaar William Blake zei ooit 'als ik geweten had dat ik zo oud zou worden, zou ik mezelf beter hebben verzorgd'. Hij stelt daarmee aan de orde of we (politici, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties) wel kunnen inschatten en bepalen wat nodig is om een goede oude dag te hebben en welke woonvoorzieningen daarvoor nodig zijn. Stroken deze waarden wel met die van de klant? Weten we wie de klant is en wat hij wenst? Zijn de waarden die bijvoorbeeld in de zorg dominant zijn (kwetsbaarheid, verantwoordelijkheid en afhankelijkheid) wel te rijmen met waarden uit beleid en bestuur (autonomie, eigen regie, vrijheid, zelfstandigheid, rechtvaardigheid en eigen verantwoordelijkheid)? Deze legitimiteitvraag houdt ons bezig. De klant centraal stellen is 'makkelijk gezegd, maar nog niet zo eenvoudig gedaan'.
Toch hoeft het antwoord op deze vraag ons niet pessimistisch te stemmen. Enerzijds willen mensen langer thuis wonen en wordt dit gestimuleerd onder druk van de noodzakelijke extramuralisering. Anderzijds richt het aanbod van wonen, welzijn en zorg zich steeds specifieker op alle omstandigheden die zich tussen een situatie van volledige afhankelijkheid van een oudere (zoals in een verpleeghuis het geval is) en volledige onafhankelijkheid (thuis blijven wonen) voordoen. En dat is nu precies de kunst: hoe creëer je een woonsituatie en woonomgeving die recht doen aan woonwensen, zorgbehoefte en sociale structuur, die passen bij en kunnen meegroeien met de wensen die worden gesteld wanneer de zorgbehoefte toeneemt?
Mijn visie op het wonen van ouderen start bij de behoeften van ouderen zelf. In tegenstelling tot wat direct na de oorlog het geval was toen verzorgingshuizen vooral werden gebouwd als oplossing voor het huisvestingsprobleem van jonge gezinnen spreken we tegenwoordig gelukkig pas over voorzieningen, nadat we de behoeften van ouderen hebben bepaald. Maar dat kan nog beter. Van de ambitie van na de oorlog om snel veel te bouwen zouden we overigens wél enorm moeten leren. Nederland telt momenteel 2,2 miljoen mensen die ouder zijn dan 65 jaar, over dertig jaar zijn dat er meer dan 4 miljoen. Er is werk aan de winkel.
Hoe wonen ouderen in de toekomst? Hoe kunnen we op een dusdanige manier rekening houden met de behoeften van ouderen dat de wensen en behoeften op het gebied van wonen, zorg en welzijn worden gecombineerd met een stevige ambitie om voorbereid te zijn op een relatief groter aandeel ouderen in onze samenleving? Wat mij betreft zijn zeven grote stappen nodig.
Ten slotte wil ik nog enkele woorden wijden aan keuzevrijheid. Een begrip dat nauw samenhangt met 'klant', het thema van dit essay. Eerder in deze bijdrage gaf ik al aan dat het erg eenvoudig is uit te dragen dat de klant koning is en zijn keuze 'vrij'. Een leus van die strekking doet het altijd goed. Keuzevrijheid als doel op zich is echter niet nastrevenswaardig. Mensen willen wel kiezen, maar niet in het oneindige en niet zonder goed advies. Het doet ook geen recht aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid die woningbouwcorporaties, welzijnsinstellingen en zorginstellingen hebben. Die verantwoordelijkheid of missie is namelijk niet beperkt tot het 'ieder wat wils bieden', maar is veel meer dan dat. Ik zou het de maatschappelijke opdracht willen noemen om gezamenlijk (met partners in welzijn en zorg en met de overheid) te streven naar een goede woonsituatie met en voor ouderen. Daarbij moeten niet slechts de fysieke toestand, het voorzieningenpeil en de klantvriendelijkheid zijn gegarandeerd, maar moet ook worden gewerkt aan sociale cohesie in wijken en buurten. Als alle generaties, culturen en sociale lagen naar elkaar omkijken en zich 'vertegenwoordigd voelen' in de maatschappelijke organisaties die een prettige woonsituatie mogelijk maken, dan is al een wereld gewonnen.
Deze bijdrage is een bewerking van de speech die werd uitgesproken bij het symposium, 'Het Verzorgingshuis zo gek nog niet' in het Willem Dreeshuis in Amsterdam op 1 mei 2007. De uitgangspunten zijn gebaseerd op Verbeet, G.A.; Erpenbeek de Wolff, E.; Balster, M.J.H. 'Tijd voor mensen'. Noodplan verpleeghuiszorg. PvdA Tweede Kamerfractie. 2006.
01-10-2007