
Uit de KCWZ-jubileumreeks 'Vijf jaar innovatie in wonen en zorg'. Over sociale uitsluiting van mensen met een beperking.
Download essay Marlieke de Jonge uit jubileumboek KCWZ (pdf, 94,2 kB)
Marlieke de Jonge, stafmedewerker Lentis, lid van de Taskforce Handicap en samenleving, burger van Groningen-stad, Oosterpoort in het bijzonder
Oorverdovend schreeuwt de stilte
stuitert tegen grauwe muren
Overstem haar met muziek
tot de bel gaat... stik de buren
Wonen is de kleinste variant van het spannende spel van samenleven. Samenleven is je verbinden en verbonden weten of voelen met de mensen om je heen. Een mens alleen is een zinloze onderneming. Die anderen horen erbij of je wilt of niet. Dichtbij of op afstand, er zijn altijd buren met wie je rekening moet houden. Maar hoor jij bij de anderen, dat is de vraag? Eigenlijk is dat geen vraag. Er zijn, iemand zijn en erbij horen is ieders geboorterecht. De samenleving is ons collectief product, de gevarieerde samenleving. Die samenleving is in ieder geval niet zeker. Eén orkaan, één terroristische aanslag en de hele gemeenschap ontploft. En verzamelt zich weer geheel onvoorspelbaar. Zelden volgens voorschrift van het laatste rampenplan 1).
Gelukkig maar, dat houdt het spel intrigerend. Dat kan ik makkelijk zeggen. Als geboren buitenstaander hoor ik niet bij de beheersbaarheidsgelovigen die menen te kunnen bepalen wie mag meedoen en wie niet. En onder welke voorwaarden. Voorwaardelijk burgerschap hoorde ik laatst door de Tweede Kamer fladderen. Mijn God, welke God in mensvorm gaat dat beslissen? En wie is die voorwaardelijk burger vandaag en morgen? Mijn collega uit voormalig Joegoslavië of uw zoon met een verstandelijke beperking? Of toch alleen die verslaafde gek op de stoep? Dat is toch ook iemands zoon of dochter?
Kijk, als iemand mijn oranje voetbalrugzak jat of tegen mijn trike (driewiel-scooter) schopt, trek ik mijn grenzen. Een samenleving als gemeenschappelijk knutselproject (civil society in beleidstaal) eist heldere spelregels waaraan iedereen zich moet houden. Je moet rekening houden met anderen: stik de buren. Maar die spelregels maak je met inbegrip van iedereen. Mensen uitsluiten op grond van een categorie ongewenst is grensoverschrijdende discriminatie. Toch doen we dat aan de lopende band: mensen indelen in hokjes en vakjes op grond van ziekte, beperkingen, cultuur, achtergrond of achterstand.
Daar zit natuurlijk best iets in. Definitie: een handicap 2) is niets meer of minder dan een voortdurende confrontatie met een samenleving die niet op je is ingericht. Laat zich raden wat het effect van een handicap-kluwen is: boem au! Standaard pas je niet in de procedures en de modelregelingen. Scherper geformuleerd: je past prima in de samenleving, maar met de ordening van die samenleving botert het niet zo. Dat vraagt om hulpmensen en -middelen, trucs en aanpassingen met hetzelfde doel voor ogen als alle andere burgers: zo gewoon mogelijk meedoen met behoud van eigen identiteit. Dat vraagt niet om uitsluiting. Niet om maatschappelijk parkeergaragebeleid (instituten, instellingen en apartheidssystemen). Niet om het verhaal dat het toch veel beter is voor dat soort mensen. Of nog erger, dat ze dat zelf zo willen.
Tevredenheid zegt iets over gebrek aan perspectief, weet ik. Je houdt domweg op met willen als het alleen maar pijn doet en je jezelf bent gaan zien als wegwerpmens. Als anderen je voortdurend zo benaderen. Niet benaderen dus, afstand houden. Je definiëren in beperkingen en onmacht. Voor je zorgen in plaats van zorgen dat je maximaal kunt bijdragen aan het samenlevingsspel. Je cliënt noemen als je buur en burger bent. Direct contact vermijden door je onder te brengen in zorgzones en andere goedbedoelde ongein.
Pas op. Ik wil niemand mijn maat opleggen. Ieder bepaalt zelf de kleur van zijn geluk. En natuurlijk zijn er grenzen en beperkingen waar je rekening mee moet houden. Ik kies een oude volksbuurt in de Groningse binnenstad en voor een visueel en lichamelijk ernstig beperkte psychotische psychiatrische patiënt met dissociatieve identiteitsstoornis (zorgperspectief) is dat vast niet de aangewezen plek. Nee, een blinde chaotische paniekvogel op wielen (buurtperspectief) heeft het niet makkelijk in zo'n gemeenschap. Maar hé, ik ben meer dan dat (ikperspectief)! En als het over en weer voldoende oplevert (sociale contacten, variatie, gezelligheid, speelruimte en aanvullende kwaliteiten), kan ik me prima aanpassen en vice versa. Je hebt de minimale spelregels van het wonen:
* geen geluidsoverlast;
* geen ongedierte;
* geen stank;
* en altijd op tijd de huur en vaste lasten (laten) betalen.
Voor de rest is het geven, nemen en onderhandelen. De samenleving als gemeenschappelijk knutselproject (civil society) op kleine schaal. De surfende samenleving: dynamiek, diversiteit en risico zijn bij de prijs inbegrepen.
Of ik als defect beoordeeld exemplaar van de menselijke soort daaraan mee kan doen, wordt bepaald door mijn eigen waarde en zicht op zelf. Maar die staat niet los van visie en waardering van anderen. Hoe formuleer ik dat diplomatiek? Meespelen als buurtgenoot is lastig, als je geplaatst wordt in plaats van een woonplek te kiezen, als je voor elk beetje hulp de rol van zorgafhankelijke patiënt respectievelijk tot integratie bereide buitenstaander moet induiken. Als de zorg zich centraal ziet in je leven en goedverzorgd de maat is van tevredenheid en geluk. Als geen overlast het meeste is wat medeburgers van je willen merken. Als je niet bijdraagt, maar getolereerd wordt. Als bij elke politieke koerswisseling je woonplek bedreigd wordt. Als, als, als... Hé, daar gaat me iets dagen. Is dit voorwaardelijk burgerschap? Meedoen onder voorwaarden die afstand garanderen? Dat is dan op z'n minst middel-doel-incongruentie; in normaal Nederlands: onbegonnen werk.
Als meedoen, participatie het doel is, moet je de reisroute niet blokkeren. In welke samenleving wilt u wonen? Ik kies inclusief. Dat betekent dat elke stap die ik doe of laat in die richting gaat. Dat heet in mijn ogen eigen verantwoordelijkheid nemen. En dat zou de woon-, zorg- en welzijnswereld ook moeten doen. En de gemeenten daaromheen. Koers kiezen en elke stap daarop toetsen. Draagt zo'n zorgzone nou bij aan Nederland Inclusief? Komen we elkaar dan nog wel tegen? Krijgen we voldoende gelegenheid om een robbertje te knokken over de openbare ruimte? Leren we zo omgaan met de winst van diversiteit? De kansen van dwarsverbanden? Burgers en buren hebben allemaal bij te dragen aan het leefklimaat van hun gemeenschap, zonder uitzondering. Zoals iedereen afhankelijk is van de anderen. Ik ben anders. Nou en?
Als het niet gewoon kan
doe ik het gewoon anders
Anders is ook gewoon
maar dan anders
Eigenlijk hetzelfde dus
de koers
de richting
het doel
1) Daarmee is niet gezegd dat zo'n plan er niet zou moeten zijn. Je moet er alleen niet in geloven.
2) Handicap in brede zin als hobbeling overdwars in de maatschappelijke orde.
01-11-2007