
Er zijn diverse (experimentele) projecten waarbij buren en buurtbewoners ingeschakeld worden om diensten te verlenen. Kenmerkend is het technische systeem dat gebruikt wordt. Verder werken er bij deze projecten veel organisaties samen: gemeenten, corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties.
Tante Kwebbel wil onderlinge zorg stimuleren in een samenleving waarin steeds minder mensen hun buren en buurtgenoten kennen. Iemand met een vraag of probleem wordt met een supersnel opzoeksysteem in contact gebracht met een hulpbieder dicht in de buurt. Vrager en helper maken daarna zelf verdere afspraken.
Buiten Rotterdam (in Den Haag, Leiden, Delft, Nijmegen, Emmen, Amersfoort en Amsterdam) zijn burenhulpcentrales opgestart die hetzelfde technische systeem als Tante Kwebbel gebruiken om een systeem van burenhulp te creëren. Spijkenisse, Leeuwarden, Winschoten en Bergen op Zoom lopen zich warm. Vaak zijn corporaties financiers, initiatiefnemers en aanjagers, al dan niet in samenwerking met andere partijen, zoals vrijwilligersorganisaties, het welzijnswerk en/of zorgorganisaties. De drijvende kracht hierachter is Rob Bos, adviseur bij Psychosynthese adviesgroep in Utrecht. Zijn ervaringen sluiten aan bij de ontwikkelingen die zich werkende weg bij Tante Kwebbel voordoen.
De praktijkervaringen komen goed overeen met de uitkomsten van het onderzoek dat kennis- en adviesorganisatie voor maatschappelijke ontwikkeling Movisie in opdracht van de SEV (Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting) heeft gedaan naar burenhulpcentrales die werken op basis van het toepassen van ICT. De evaluatie gaf onder meer aan dat het technische systeem voor verbetering, verfijning en aanvulling vatbaar was. Een van de maatregelen was vervolgens dan ook het instellen van een helpdesk bij de centrales, die het zoeken overneemt en bovendien actief kan bijdragen aan het verkrijgen van de optimale match. Achter het simpele verzoek om een klusje te laten verrichten kan immers een structurele hulp- of zorgvraag schuilgaan.
Een belangrijke constatering zowel bij Tante Kwebbel als de burenhulpcentrales van Bos is dat de vraag achterblijft. Die kan worden gestimuleerd door huisartsen, huismeesters en zorgverleners als ambassadeurs in te zetten, maar volgens Bos moet zeker ook worden gekeken naar wat die achterblijvende vraag nu precies betekent. Hebben buurtbewoners een hulpvraag, maar vinden ze het moeilijk om die hulp daadwerkelijk te vragen? Leidt de huidige nadruk op zelfstandigheid ertoe dat mensen zich terugtrekken om niet het stempel van ónzelfstandigheid te krijgen? Moeten we wel zo nodig overál streven naar sociale cohesie, of meer naar leefstijlen kijken? In buurten waar mensen wonen die goed kunnen omgaan met internet en een druk e-mailverkeer hebben, is de behoefte aan buurtbinding er misschien veel minder.
De SEV stelt in haar evaluatierapport vast dat er kinderziekten zijn die overwonnen moeten worden. Het gebruik van de centrales moet eerst omhoog voor er echt iets steekhoudends over de resultaten kan worden gezegd, Tegelijk geeft ze al wel aan dat de burenhulpcentrale een goede bouwsteen is voor het bijeenbrengen van hulpvraag en -aanbod en daarmee een belangrijk instrument voor het vormgeven van de Wmo kan worden. Nu al is te zien dat in de buurten waar stevig campagne wordt gevoerd voor de burenhulpcentrale, de participatie toeneemt. Ook gaan mensen in de betrokken buurten meer vrijwilligerswerk doen, al dan niet via de burenhulpcentrale.
01-06-2009