
Vreewijk in Rotterdam en Hatert in Nijmegen zijn de meest vergrijsde wijken van de veertig krachtwijken van minister Vogelaar. Het merendeel van de wijken is echter weinig vergrijsd en zal dat ook de komende jaren niet worden. Dit blijkt uit een inventarisatie van Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft in opdracht van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg.
In de veertig aandachtswijken van minister Vogelaar (WWI) wonen relatief weinig ouderen. De wijken zijn niet de meest vergrijsde wijken, niet van Nederland, maar ook niet van de achttien steden waarin ze liggen. Ook komt er de komende tien jaar geen grijze golf op de aandachtswijken af.
Enkele wijken binnen de veertig aandachtswijken zijn wel vergrijsd. Vreewijk in Rotterdam is de meest vergrijsde aandachtswijk, op de voet gevolgd door Hatert in Nijmegen. Verder wonen ook in Overschie in Rotterdam en Wielwijk/Crabbehof in Dordrecht relatief veel ouderen. Dit zijn volksbuurten met veel autochtone 65-plussers.
De veronderstelling dat er in oudere wijken veel ouderen wonen, was de aanleiding voor het verkennende onderzoek. Bewoners van het eerste uur blijven vaak in hun wijk wonen. Samen met de wijk verouderen de bewoners mee. Gezien de leeftijd van de aandachtswijken, meest naoorlogse wijken, ligt een hoog percentage ouderen voor de hand. Voor de Vogelaarwijken blijkt dit dus niet het geval. Dat is opmerkelijk, want in de meeste wijken van dezelfde leeftijd in Nederland, slaat de vergrijzing juist hard toe.
In het Actieplan Krachtwijken van minister Vogelaar staan de beleidsterreinen wonen, werken, leren en opgroeien, integreren en veiligheid centraal. Jeugd en integratie zijn speerpunten. De keus voor deze speerpunten sluit voor de meeste wijken aan bij de leeftijdsopbouw van de wijk. Maar, stellen de onderzoekers: "Ook al wonen er in de veertig aandachtswijken minder ouderen dan vooraf verondersteld, dan nog blijft de vraag over wat je voor deze groep mensen kan doen om de wijk ook voor hen een kracht- en prachtwijk te laten worden."
11-12-2007