
In hoeverre is een kleinschalige groepswoning te herkennen als een huis? Ligt overal hetzelfde linoleum of kunnen bewoners een woonkamer herkennen als zodanig? Ook het bewust plaatsen van deuren blijkt van invloed te zijn op het welbevinden. Een blik op een dichte voordeur blijkt agitatie te versterken. Dat blijkt uit onderzoek van Vilans en AKTA in kleinschalige woonvormen voor mensen met dementie.
In het ‘Evaluatieonderzoek naar de kwaliteit van de huisvesting van kleinschalige woonvormen voor ouderen met dementie’ zijn 29 uiteenlopende woonvormen uitgebreid geëvalueerd, door middel van interviews, vragenlijsten, plattegrondanalyses en een bezoek aan de woningen. Het onderzoek beschrijft 7 onderdelen van een groepswoning en geeft aanbevelingen voor goedwerkende huisvesting voor kleinschalig groepswonen.
Dichte (voor)deuren blijken agitatie te versterken. Een deur zien en mensen binnen zien komen door deze deur, maar het niet zelf kunnen gebruiken leidt tot veel onrust. Ook het verbinden van twee woongroepen met een deur tussen de woonkamers blijkt voor veel onrust te zorgen. Een voordeur die niet vrij gebruikt kan worden door bewoners kan het beste gecamoufleerd worden.
Door het gebruik van bepaalde materialen wordt een ruimte herkenbaar. Voor mensen met dementie is het belangrijk dat zij ruimtes van elkaar kunnen onderscheiden. Bijvoorbeeld door variatie in vloeren. Dit is in veel woningen gebruikelijk. Daarbij is het belangrijk te realiseren dat veel bewoners slecht zien en vaak gebogen lopen. Zij oriënteren zich vaak aan de hand van vloeren. Het contrast tussen de vloeren moet echter niet te groot zijn. Dit kan de indruk wekken dat er een niveauverschil in de vloer zit, een opstap of juist een gat.
01-07-2010