
Het onderzoek Effecten van kleinschalig wonen voor ouderen met dementie in Limburg laat een genuanceerd beeld zien. Op aspecten als gedrag en kwaliteit van leven van bewoners en arbeidstevredenheid en motivatie van verzorgenden zijn weinig overtuigende effecten gevonden. Wel ervaren familieleden van bewoners van kleinschalige woonvormen een minder zware zorgbelasting en zijn ze meer tevreden over de zorg. In kleinschalige woonvormen worden bovendien minder vrijheidsbeperkende maatregelen en minder kalmerende medicatie gebruikt.
Op basis van dit onderzoek adviseert de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid Limburg (PRV) het beleid te richten op een mix van kleinschalige zorg en zorg in grotere groepen en zo (familie van) mensen met dementie een keuze te bieden.
Het effectonderzoek levert genuanceerde informatie die een nuttige bijdrage levert aan het onderbouwen van keuzes in de zorg. Er is echter langduriger en breder onderzoek nodig voordat algemene (beleids)conclusies genomen kunnen worden op basis van echt wetenschappelijke onderbouwing. Daarbij kan gekeken worden naar aspecten die nu vragen oproepen. Zo zijn de scorelijsten over gedrag van bewoners ingevuld door medewerkers die werken in één van beide onderzochte zorgvormen en daarmee gewend zijn aan in deze omgeving gebruikelijk gedrag. Ook zijn in dit onderzoek weliswaar geen spectaculaire verschillen gevonden tussen kleinschalig wonen en de afdelingen met minimaal 20 bewoners klein maar er zijn wel effectverschillen te zien tussen de uiterste subgroepen (meest typische kleinschalige en de meest typische gewone afdelingen) .
Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de PRV en gefinancierd door de Provincie Limburg, de zorgorganisaties MeanderGroep Zuid Limburg, Sevagram, Vivre, Orbis, de Zorggroep en onderzoeksinstituut CAPHRI (Universiteit Maastricht). De aanleiding van het onderzoek was het ontbreken van gegevens over de effectiviteit van kleinschalig wonen.
22-02-2011