Markt in Soest. Foto: Willem Mes

Wonen in de wijk vraagt aandacht

De ondersteuning van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking bij participatie in de samenleving is op de terreinen dagbesteding en recreatie voor verbetering vatbaar. Alhoewel zij voornamelijk wonen in gewone wijken, werken en recreëren zij grotendeels te midden van andere mensen met een verstandelijke beperking. Dat blijkt uit de NIVEL Participatiemonitor 2006 'Anders of toch niet?'.

Wonen in de wijk

De meeste mensen met een lichte of een matige verstandelijke beperking wonen in een woonwijk, alleen of met anderen met een verstandelijke beperking. Ongeveer 30% van hen woont met maximaal vier anderen in een woonwijk, nog eens 30% woont met meer dan vier anderen met een verstandelijke beperking. Bijna één op de vijf mensen met een verstandelijke beperking woont alleen (13%) of met een partner (5%). Daarbij valt op:

  • Belangrijke en veelgenoemde redenen voor het niet prettig voelen tussen huisgenoten met een verstandelijke beperking zijn: te veel lawaai, te weinig privacy, te weinig aansluiting met huisgenoten.
  • Zo gewoon mogelijk wonen, zelfstandigheid en privacy zijn belangrijk voor mensen met een verstandelijke beperking. Toch bevalt het alleen wonen niet iedereen door eenzaamheid en/of slechte woonomstandigheden.

Wonen in kleine groep beter voor participatie

Mensen die alleen wonen of met maximaal vier personen met een verstandelijke beperking wonen in een woonwijk, hebben een wat groter netwerk dan mensen die met meer personen met een verstandelijke beperking wonen. De (mantel)zorg overlapt vaak te veel met het sociale netwerk. Om de participatie in de maatschappij van mensen met een verstandelijke beperking te verbeteren moet meer op goede ondersteuning worden ingezet.

NIVEL Participatiemonitor 2006

Het onderzoek van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) geeft inzicht in de ervaringen van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking: hoe zij deelnemen aan de samenleving en wat zij vinden van participatie. Hiertoe ondervroeg het NIVEL in het najaar van 2006 meer dan 500 mensen met een verstandelijke beperking en hun naasten.

Meer informatie

09-08-2007