
Met de invoering van het nieuwe zorgstelsel zijn zorginstellingen integraal verantwoordelijk voor hun vastgoed en komt de houdbaarheid van instellingsterreinen onder toenemende financiële druk te staan. Hoe daarmee om te gaan staat in de publicatie 'Cliëntgericht Ondernemen in de Geestelijke Gezondheidszorg, waarde creëren door herontwikkelen van de hoofdlocatie', een initiatief van Vitaal ZorgVast, TNO en Twynstra Gudde. Hoewel de focus ligt op de hoofdterreinen van GGZ-instellingen, zijn de principes universeel toepasbaar.
De afgelopen 25 jaar hebben de grote hoofdlocaties van Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)-instellingen te maken gehad met een uittocht van cliënten en met het verdwijnen van een gedeelte van de oorspronkelijke zorgfuncties op de hoofdlocaties. Hoewel de vrijgekomen ruimte in gebouwen in de loop der tijd deels is opgevuld en nieuwe functies aan het terrein zijn toegevoegd, is het ruimtegebruik door bovengenoemde ontwikkelingen niet altijd even efficiënt. Hierdoor dreigen de huisvestingslasten per cliënt zo hoog te worden dat deze niet meer uit de reguliere diagnosebehandelingcombinatie (DBC) en zorgzwaartepakket (ZZP)-tarieven bekostigd kunnen worden. Zorgvastgoed werd nooit als strategisch bedrijfsmiddel gezien. Locaties en huisvesting werden als een gegeven beschouwd waarvoor geen financieel risico werd gedragen. Met de invoering van het nieuwe zorgstelsel is dit ingrijpend veranderd en is zorgvastgoed een strategisch bedrijfsmiddel geworden waarvoor de instelling integraal verantwoordelijk is.
Dergelijke veranderingen vragen om een herbezinning op de functie van de hoofdlocatie. Immers, vaak zijn de gebouwconcepten achterhaald, is er een overschot aan gebouwen en sluit de opzet van de terreinen slecht aan bij de kleinere opzet van de krimpende zorggemeenschap. Cliëntgericht Ondernemen in de Geestelijke Gezondheidszorg brengt de problematiek bij de gebiedsontwikkeling in de GGZ in kaart en doen een aantal concrete aanbevelingen voor het omgaan met herontwikkellingsplannen van terreinen van grote GGZ-instellingen.
De auteurs concluderen onder andere dat bij de herontwikkeling van GGZ-hoofdlocaties gebiedsdenken noodzakelijk is. Deze voor de geestelijk gezondheidszorg relatief onbekende invalshoek beperkt zich niet alleen tot het terrein maar strekt zich uit tot een veel ruimer geografisch gebied. Ook concluderen ze dat het kiezen van een goede vastgoedpartner soms onderdeel van het proces is, net als de keuze van een passend ontwikkelproces en de inrichting van een passende vastgoedorganisatie.
01-09-2011