
In 2014 start het 'scheiden van wonen en zorg'. Het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg helpt u deze vernieuwing efficiënt en effectief door te voeren. Wat betekent de beleidswijziging voor de woningcorporatie, zorgorganisatie of gemeente? Het Kenniscentrum beantwoordt veelgestelde vragen.
Reageer en maak ook uw mening, ervaring en vragen kenbaar! Voor specifieke of urgente vragen over het scheiden van wonen en zorg kunt u contact opnemen met adviseur Rogier Goes van het Kenniscentrum via 06-10975826 of r.goes@kcwz.nl.
De huurwetgeving houdt geen rekening met zorggerelateerde bouwkundige voorzieningen zoals gemeenschappelijke ruimten, bredere gangen, zusterpost etc. Er worden in het woningwaarderingstelsel immers geen punten toegekend aan de aanvullende voorzieningen in zorggebouwen, terwijl deze uiteraard wel extra investeringen vergen. Het is de bedoeling dit vraagstuk op te lossen met een mini-NHC waaruit de zorggebonden kapitaallasten vergoed worden. TNO is momenteel bezig met de uitwerking van deze mini-NHC (normatieve huisvestingscomponent).
In onderzoek van RIGO Research en Advies is in 2009 op basis van gegevens van het Bouwcollege een indicatie gegeven van wat de maximale huurwaarde is voor wooneenheden in een verzorgings- of verpleeghuis op basis van de punten volgens het woningwaarderingssysteem. Hieruit komt naar voren dat lage huren tot 300 euro vaker zullen voorkomen dan de hogere huren, met uitzondering van verzorgingshuizen, waar het gemiddelde huurniveau op 350 euro uitkomt. Vermeerderd met servicekosten voor gemeenschappelijke ruimten leidt dit tot een subsidiabele huur die dicht in de buurt van de 400 euro ligt.
Voor de woonruimten in zorgvastgoed wordt de huur bepaald door het woningwaarderingsstelsel (Besluit huurprijzen woonruimte) voor onzelfstandige woonruimte toe te passen. Gemeenschappelijke vertrekken en ruimten die in de huurovereenkomst van woning zijn inbegrepen, tellen eveneens mee. Voor de speciale voorzieningen waarover zelfstandige woonruimten in woonzorgcomplexen vaak beschikken kan met een opslag van maximaal 35 procent op het totaal aantal punten worden gerekend.
De bewoner betaalt afzonderlijk de huur en servicekosten (energie, schoonmaak algemene ruimten, tuinonderhoud) aan de zorgaanbieder of corporatie. Op basis van de huurprijzenwet wordt deze huur per woning bepaald. In vergelijking met het integrale ZZP-tarief voor verblijf ontstaat variatie die samenhangt met de kwaliteit van het wonen, uitgedrukt in woningwaarderingspunten. Daarnaast betaalt de huurder een eigen bijdrage voor AWBZ-zorg. Indien de betaalbaarheid problemen oproept, kan een beroep worden gedaan op huurtoeslag.
De belangrijkste uitkomst van onderzoek door RIGO Research en Advies (2009) is dat er sprake zal zijn van een grote spreiding van de inkomenseffecten bij het doorvoeren van het scheiden van wonen en zorg. Sommige groepen zullen er aanzienlijk op vooruitgaan, andere groepen zullen een inkomensachteruitgang ondervinden. Grofweg zou volgens toenmalige berekeningen twintig procent tot dertig procent van het totaal aantal huishoudens er in besteedbaar inkomen op achteruit gaan en zeventig procent tot tachtig procent er in besteedbaar inkomen op vooruit gaan. De groep die er op achteruit gaat is met name geconcentreerd rond de groep alleenstaande 65-minners, waarbij het verlies groter wordt naarmate de huur hoger wordt.
16-11-2011