Wie werkt aan ouderenhuisvesting hoort het onlangs verschenen 'De architectuur van de ouderenhuisvesting' op tafel te hebben liggen. De essays en vele voorbeelden maken het boek tot een inspiratiebron en naslagwerk voor iedereen die architectuur voor ouderen een warm hart toedraagt. De auteurs Noor Mens en Cor Wagenaar hebben bij NAi Uitgevers in Rotterdam al eerder prachtig werk geleverd, maar dit boek krijgt een bijzondere aanbeveling van de adviseurs van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg.
In dit boek wordt het krachtenveld waarin de ouderenzorg gestalte krijgt door middel van een historisch onderzoek in beeld gebracht. In thematische essays worden bijzondere ontwikkelingen uitgediept, zowel in tekst als in beeld. Een vijftigtal bijzondere projecten wordt vervolgens in detail beschreven en aan de hand van veel beeldmateriaal gepresenteerd. Dit boek geeft daarmee niet alleen een overzicht van vijfenzestig jaar ouderenhuisvesting, maar ook inzicht in enkele opvallende karakteristieken van de naoorlogse woningbouw in Nederland.
De auteurs zijn met dit boek niet over een nacht ijs gegaan. Een solide groep wetenschappers en experts uit de praktijk hebben hun bijdrage geleverd en het boek bevat een uitgebreide literatuurlijst voor de liefhebber die er geen genoeg van kan krijgen. Het register van personen en locaties maakt het tot een handig naslagwerk voor mensen die inspiratie in hun omgeving of van hun favoriete architect zoeken.
Vanaf 1945 werd het ontwikkelen van specifieke woonvormen voor ouderen een speerpunt in het ouderenbeleid en een toetssteen van het ideaal van de verzorgingsstaat. Ouderenzorg werd niet langer gezien als een vorm van armenzorg, maar richtte zich voortaan op alle ouderen. Nergens werden er zoveel specifieke voorzieningen voor ouderen gebouwd als in Nederland. Er werden drie specifieke gebouwtypen ontwikkeld: de zelfstandige ouderenwoning, het verzorgingshuis voor gezonde bejaarden die huishoudelijke ondersteuning nodig hadden, en het verpleeghuis voor chronisch zieken.
Dit ideaal is typerend voor het denken over wonen in het algemeen en is niet los te zien van het algemene Nederlandse volkhuisvestingsbeleid, waarin verreweg het grootste deel binnen de collectieve, gesubsidieerde sector werd gerealiseerd. Kritiek op het institutionele karakter van de ouderenzorg en de noodzaak tot bezuiniging brachten sinds de jaren zeventig een ontwikkeling op gang die uiteindelijk zou leiden tot het scheiden van wonen en zorg. De wijk werd steeds nadrukkelijker het kader waarbinnen een rijkgeschakeerd palet aan voorzieningen op elkaar wordt afgestemd.
27-05-2009