Trends aan de vraagzijde

De voortgaande vergrijzing van de bevolking leidt tot 33% meer ouderen in de ”vierde leeftijd” (75+) in 2015, een toename van 2% per jaar. De frequentie van handicaps en chronische ziekten boven 75 jaar zal naar verwachting nog niet wezenlijk afnemen. Van belang voor de zorgbehoefte is ook de verwachte 40% toename van het aantal ouderen met dementie. De totale zorgbehoefte blijft dus toenemen tot 2015, zowel voor de thuiszorg als voor de 24-uurszorg. De verwachting is dat de informele zorg de toename van de zorgvraag niet zal bijhouden. Na 2015 zal het aantal ouderen boven 75 jaar nog sneller gaan groeien, maar zal naar verwachting de gezondheidstoestand tegelijkertijd verbeteren.

De inkomenspositie en met name de vermogenspositie van ouderen zal de komende 15 jaar belangrijk verbeteren. Het aantal ouderen met een laag inkomen blijft ongeveer constant, terwijl het aantal ouderen met een middeninkomen belangrijk groeit. In echt hoge inkomens zit veel minder groei, maar wel neemt het vermogen dat is opgeslagen in de eigen woning belangrijk toe. Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat wat betreft wonen en dienstverlening zich steeds meer koopkrachtige vraag zal manifesteren, die zich richt op privaat gefinancierde arrangementen. Tegelijkertijd zal de zorg dermate schaars blijven, dat deze in veel mindere mate zal worden opengesteld voor private financiering en goeddeels tot het publieke domein blijft behoren. Er ontstaat dus steeds meer vraag naar arrangementen van publiek gefinancierde zorg én privaat gefinancierde dienstverlening en woonruimte. Zie voor meer informatie het thema Privaat geld in wonen-zorg.

Als gevolg van het steeds hogere opleidingsniveau van ouderen en de steeds grotere toegang tot informatie – onder andere door het toenemende PC-bezit – zullen steeds meer ouderen zich op de markt presenteren als kritisch vergelijkende consument. Naast ouderen die zich primair oriënteren op de eigen woonomgeving waar men geworteld is, zullen er ook ouderen zijn die zich op de regionale, nationale of zelfs Europese woonzorgmarkt oriënteren. Maar er blijft ook een groep ouderen met een sociaal of cognitief kwetsbare positie die vooral aangewezen is op basisvoorzieningen in eigen woonwijk of woonplaats. Voor deze groep ouderen zal in elk woongebied een goed basispakket woonzorgvoorzieningen aanwezig moeten zijn.

Allochtone Ouderen
Momenteel zijn er nog relatief weinig allochtone ouderen in Nederland, maar hun aantal gaat na 2005 snel groeien. Na 2010 gaat ook de groep in de ‘vierde leeftijd’ (75 plus) snel toenemen. Met name onder ouderen met lage inkomens neemt het percentage allochtonen toe. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de toekomst van wonen, zorg en welzijn. Het Faciliair Netwerk Allochtone Ouderen (FNAO) heeft informatie over woonsituatie, woonwensen en ontwikkelingen op het gebied van wonen gebundeld in de factsheet Allochtone ouderen en wonen.

Trends aan de aanbodzijde

In de zorg leiden de ontwikkelingen aan de vraagzijde tot een versnelling in het proces van extramuralisering. Intramurale verblijfsvoorzieningen worden door steeds meer cliënten ontoereikend gevonden wat betreft de kwaliteit van het wonen en de kwaliteit van het dagelijks leven (medisch model). Tegelijkertijd is er echter een voortdurende druk op de zorgaanbieder om met schaars personeel meer cliënten te bedienen en doelmatiger te werken. Als tegelijkertijd ook deels moet worden omgeschakeld op extramurale arrangementen, dan noopt dit tot nieuwe organisatievormen en een toenemend gebruik van technologische hulpmiddelen. Het thema Tweedelijns zorgcentrum gaat verder in op de nieuwe rol van verpleeghuizen.

Om professioneler te kunnen werken, kosten te besparen en complete zorgketens te kunnen vormen, gaan zorgaanbieders sectoroverschrijdende zorgconcerns vormen. Met de groei van intensieve thuiszorg en kleinschalige woonvormen daarentegen zien we een toename van het aantal locaties waar zorg geleverd wordt. Voor het leveren van 24-uurs extramurale zorg ontwikkelen zorgaanbieders arrangementen die uitgaan van bepaalde minimale aantallen cliënten binnen een wooncluster of aanleunzone. Bij kleinschalige woonvormen zal ook in toenemende mate intersectoraal worden samengewerkt. Steeds vaker zullen zorgaanbieders een transparante en modulaire offerte gaan uitbrengen aan zorgcliënten en zorgkantoren, zodat een veelkleurig assortiment ontstaat. Zie voor informatie hierover de thema’s Extramurale zorg en diensten en Wijkzorgcentrum.

Voor woningcorporaties wordt het marktsegment ‘wonen en zorg’ steeds belangrijker. Zij ontwikkelen naast woonzorgcomplexen nu ook geclusterde woonvormen voor zorgintensieve groepen. De opgave is om flexibele en schakelbare woningen te bouwen, die optimaal zijn zowel voor een diversiteit aan doelgroepen ‘wonen en zorg’ als voor de reguliere woningmarkt. Ook gaan woningcorporaties meer woonzorgprojecten in de middenklasse ontwikkelen, eventueel in samenwerking met private financiers. Tenslotte blijft er ook vraag bestaan naar bouw of overname van intramuraal vastgoed ten behoeve van zorginstellingen, waarmee dan meestal een meerjarige huurverhouding wordt aangegaan. Dat de overheid van woningcorporaties verwacht dat zij prestaties leveren op het gebied van wonen en zorg, blijkt uit de toevoeging aan het BBSH (Besluit Beheer Sociale-Huursector) van wonen en zorg als zesde prestatieveld. Meer hierover.

Wat betreft grond en vastgoed ontstaat ook een steeds grotere differentiatie. Zorginstellingen zullen hun grondposities en vastgoedportefeuilles willen aanpassen aan de nieuwe zorgvraag. Sommige zullen geheel footloose worden en geheel extramuraal gaan werken, andere zullen bepaalde infrastructuur en resterende verblijfsvoorzieningen zelf willen aanhouden of onderbrengen in een gespecialiseerde vastgoedmaatschappij. Er zullen overeenkomsten worden gesloten met woningcorporaties over ruil van grond en vastgoed of gezamenlijke projectontwikkeling. Op voormalige hoofdlocaties van instellingen zullen woningbouwprojecten worden ontwikkeld, waardoor een ‘verdunning’ van de zorgconcentraties wordt bereikt. Diezelfde verdunningswens plus het streven naar een voldoende draagvlak voor de zorgexploitatie zullen echter steeds het schaalniveau van woonzorgcomplexen blijven opstuwen.

Tenslotte zal ook de dienstverlening zich ontwikkelen tot een volwaardige bedrijfstak. Zorginstellingen zullen op deze markt gaan opereren en aparte servicemaatschappijen oprichten die zowel voor de private als voor de publiek gefinancierde markt werken. Daarnaast zullen zich ook commerciële service-providers op de dienstenmarkt presenteren, als nevenactiviteit van beleggings- en verzekeringsmaatschappijen. Woningcorporaties zullen zich naar verwachting niet zozeer zelf op de dienstenmarkt begeven, als wel optreden als inkoopcoöperatie voor huurders. Noodzakelijke basisservice die ook voor de primaire doelgroep toegankelijk dient te zijn zullen zij echter ook zelf verschaffen of inkopen: huismeesterdiensten, alarmeringsdiensten en woonzorgadviesdiensten.

Afhankelijk van bovengenoemde trends zal het proces van extramuralisering zich in meer of minder snel tempo voltrekken. Ook de beleidsontwikkelingen zijn hierbij van belang. Voor het tempo van extramuralisering zijn verschillende toekomstscenario’s opgesteld. Het STAGG-scenario, dat uitgaat van een verdere acceleratie van de extramuralisering is uitgewerkt in de vorm van planologische kengetallen 2015 voor een dorp of wijk van 10,000 inwoners. Deze kengetallen geven aan met hoeveel vraag naar diverse woonzorgarrangementen in woongebieden rekening dient te worden gehouden, gegeven bepaalde aannamen over extramuralisering. Meer informatie hierover bij het thema Woonzorgzones.