Inleiding

Het gebruik kunnen maken van diensten speelt, naast een geschikte woning en woonomgeving, een belangrijke rol bij de zelfredzaamheid en het langer zelfstandig blijven wonen van ouderen. Woningcorporaties, verzorgings- en verpleeghuizen, thuiszorg, welzijnsorganisaties en allerlei particuliere serviceaanbieders ontwikkelen een breed scala aan diensten.

Ook extramurale zorg door verzorgings- en verpleeghuizen bestaat al op enige schaal, zij het dat de meeste projecten nog leunen op de intramurale hoofdvestiging voor hun bouwkundige en organisatorische infrastructuur.

Ontwikkeling

Begin jaren ’90 is door verzorginghuizen begonnen met het aanbieden van diensten aan ouderen in de directe omgeving van het verzorgingshuis. Nu ruim tien jaar later is er sprake van een opkomende markt, waarbij zowel maatschappelijk ondernemende instellingen op het terrein van wonen, welzijn en zorg als commerciële aanbieders actief zijn. Kenmerkend is dat het vrijwel altijd gaat om een abonnementstructuur waarvoor men maandelijks een bijdrage betaalt. Het abonnement omvat een scala aan diensten, dat per aanbieder kan verschillen. Naast informatieverstrekking per telefoon, omvat het meestal diensten aan huis zoals klussendienst, was- en strijkservice, boodschappendienst, kapper, pedicure aan huis etc. De functie die de abonnementsorganisatie vervult voor de klant is die van bemiddeling/makelaardij. In zijn momenteel meest doorontwikkelde vorm is de kern een callcenter waar telefonisch de ontsluiting van het dienstenpakket plaatsvindt. Dit callcenter is ook buiten kantooruren bereikbaar. Een ander organisatie-onderdeel zorgt voor de contracten met lokale/regionale of landelijke aanbieders van diensten.

Verzorgingshuizen zijn begonnen met het aanbieden van dienstenpakketten in kleinschalige projecten. Inmiddels zijn er een aantal aanbieders die op veel grotere schaal opereren: een aantal thuiszorgledenorganisaties, Gerust Thuis in Nijmegen, Zeker Thuis van Woonzorg Nederland, Seculife, Lekker Leven. De verwachting is dat er naast deze grote aanbieders ruimte blijft voor kleinschalige projecten die in een ruimtelijke beperkt gebied hun diensten leveren. Grote kracht is de directe relatie tussen klant en aanbieder.

De extramurale zorg is vanaf de jaren ’90 ontwikkeld door in eerste instantie verzorgingshuizen en in een later stadium ook door verpleeghuizen. In het kader van de Wet op de Bejaardenoorden (WBO) werden verzorgingshuizen door de meeste provincies en de vier grote steden gestimuleerd om reikwijdtezorg te bieden aan zelfstandig wonende ouderen in de omgeving van het tehuis. Ook werd de regeling gebruikt om zorg te bieden in complexen ouderenwoningen in kleine kernen waar geen verzorgingshuis was. Voorwaarde was steeds dat cliënten een indicatie hadden voor het verzorgingshuis.

In de huidige woonzorgcomplexen wordt de zorg als extramurale verzorgingshuiszorg geleverd. In een aantal gevallen is het bestaande verzorgingshuis volledig geëxtramuraliseerd. Spil in deze projecten is de zorgcoördinator of zorgbemiddelaar. In Rotterdam is deze functie rond 1990 ontstaan in het experiment individuele zorgsubsidie. In Amsterdam bij het experiment rond het verzorgingshuis de Flesseman. Kenmerkend voor de functie is een mengvorm van adviseur en regisseur, waarbij de bemiddelaar bovendien beschikt over een beperkt regelvrij budget om zorg en diensten in te kopen voor de cliënt. In zekere zin is dit beperkte budget een voorloper van het persoonsgebondenbudget (PGB). De omtinker in het Friese experiment Trynwâlden is eenzelfde soort functie, maar deze kan al samen met de cliënt over het hele budget voor zorg, diensten en aanpassingen beschikken (zie ook het artikel Evaluatie experiment Trynwâlden). Een ander voorbeeld is Brentano in Amstelveen, waar voor de verzorgingshuizen en verpleeghuizen in de regio Amstelland de functie van zorgcoördinator gemeenschappelijk is georganiseerd.

Ook in de verpleeghuissector wordt sinds een jaar of tien extramurale zorg geleverd, zij het op kleinere schaal. Weliswaar wordt 15% van het volume verpleeghuiszorg buiten het verpleeghuis geleverd maar voor het grootste deel is dat verpleeghuiszorg in verzorgingshuizen. Er is een klein aantal echt extramurale projecten waar een zorgketen is georganiseerd, in samenwerking met de thuiszorg en huisarts, rond individuele thuiswonende cliënten.