Inleiding

Met levensloopbestendig bouwen wordt bedoeld het bouwen van zelfstandige woningen die geschikt zijn (of eenvoudig geschikt te maken) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners. De eisen zijn vastgelegd in keurmerken en eisenpakketten (Woonkeur, Opplussen, Humanitas Levensloopbestendig).
Eisen hebben betrekking op:

  • Toegankelijkheid (voor gebruikers rolstoel, rollator, andere loophulpmiddelen)
  • Veiligheid (ongevalpreventie, inbraak- en brandpreventie)
  • Gebruiksgemak (comfort-aspecten die verband houden met ouderdom)
  • Zorgverlening (aanpasbaarheid i.v.m. zorgverlening thuis)
  • Wijk- en woonomgeving (essentiële voorzieningen, sociale veiligheid, barrièrevrijheid)

Ontwikkeling

Het concept ’levensloopbestendig wonen’ wordt voor het eerst gebruikt door de ANBO (ouderenbond) begin jaren ’90 en is afgeleid van de Britse term lifetime housing / lifecycle housing. Het concept wordt uitgewerkt in het consumentenkeurmerk Seniorenlabel van de ouderenbonden. In 1998 wordt dit kenmerk samengevoegd met het Handboek voor Toegankelijkheid van de Gehandicaptenraad en de eisen van de Vrouwen Advies Commissies tot het integrale consumentenkeurmerk Woonkeur. Hierin is ook opgenomen het Politiekeurmerk Veilig Wonen. De eisen voor de woonomgeving zijn niet opgenomen in Woonkeur en blijven dus facultatief.

Voor de bestaande woningvoorraad wordt door de SEV in 1997 het eisenpakket opplussen ontwikkeld, waarin de eis van rolstoeltoegankelijkheid facultatief is verklaard en de woningen slechts op ‘’rollatorniveau’’ toegankelijk zijn. De veiligheidseisen blijven wel gelden. In verband met de kosten worden de eisen gesplitst in een pakket voor de collectieve delen van woongebouwen en een pakket voor individuele woningen (gefaseerd uit te voeren).

Voorloper van het levensloopbestendig bouwen was het Aanpasbaar Bouwen, ontwikkeld door de Nationale Woningraad (voorganger van Aedes) in 1985. Uitgangspunt was dat basiseisen die verband houden met fysieke handicaps algemeen moeten worden toegepast in de woningbouw, zodat woningen t.z.t. met geringe investeringen kunnen worden aangepast aan individuele handicaps, in plaats van zware aanpassingen achteraf in het kader van de WVG.

Op 1 juli 1997 werden vijf basiseisen van aanpasbaar bouwen opgenomen in het Bouwbesluit, dat geldt voor alle woningen in Nederland: lage drempels, brede deuren, rolstoelbezoekbaar toilet, bredere galerijen, reserveringen voor een lift bij 2 tot 4 verdiepingen (daarboven is de lift al verplicht).

In 1998 werden de eisen van aanpasbaarheid en toegankelijkheid opgenomen in Woonkeur en in 1999 werden de bijbehorende normen officieel vastgelegd op een NEN- normblad. Toegevoegd wordt nog in het jaar 2000 het element zorgverlening.

Humanitas Rotterdam ontwikkelt samen met het IRV een eisenpakket Voorbereid Levensloopbestendig, dat vooral bedoeld is voor de bouw van woonzorgcomplexen. In deze woningen zijn voorbereidingen getroffen om t.z.t doelmatig thuiszorg te kunnen verlenen (mogelijkheid tillift, aanpasbare keuken en badkamer, alarmering en domotica).

Het Handboek BuitenGewoon Wonen (2001) voegt toe de eisen die verband houden met verstandelijke en cognitieve handicaps (24-uurs begeleiding) en de eisen die verband houden met zorginfrastructuur.